Dor hout

Door een wonderbaarlijke en tegelijk dubieuze samenloop van omstandigheden ben ik op het einde van de afgelopen winter aan een eigen woning geraakt. Na acht maanden nomadisch leven was het verlangen naar een vaste plek zo sterk dat ik de woonzorglocatie met de onmiskenbare geur van dor hout voor lief nam en ja zei tegen de woning die me daar in de schoot was geworpen.

Een complex van drie verdiepingen daterend uit de jaren negentig, met 72 appartementen van ongeveer 60 m2 voor een of twee personen, onder de vlag van een grote ouderenorganisatie, die zelf op vrijwillige basis thuiszorg en andere sociale diensten levert en het dagelijks beheer overlaat aan een reguliere woningcorporatie. 

Zo werd ik als aspirant-huurder dubbel gekeurd: eerst door een medewerker van de corporatie – ‘verhuurmakelaar’ stond op haar kaartje – die me de woning liet zien en van wie ik uiteindelijk (half maart) de sleutels kreeg en vervolgens door de zorgorganisatie die in het complex beschikt over kantoorruimte voor verpleegkundigen enerzijds en medewerkers voor recreatieve zaken en het restaurant anderzijds. 

Van de corporatie heb ik sinds dat begin geen mens meer gezien. Maar in juli kreeg ik nog wel een verzoek van het Kwaliteitscentrum voor woningcorporaties (KWH): of ik door middel van een vragenlijst mijn mening wilde geven over wat mijn verhuurder ‘voor u heeft gedaan vanaf dat u op de woning reageerde’. Anoniem, en je kon er ook nog iets mee winnen, als je deelnam…

Blij met dit verrassend blijk van belangstelling, vulde ik de lijst zorgvuldig in. Met als gevolg dat ik nóg een verzoek kreeg, namelijk of mijn naam mocht worden vermeld in de rapportage. Want ik had me nogal ‘negatief’ uitgelaten en daar zou de verhuurder vast het fijne van willen weten.

Blijkbaar heeft het KWH geen idee van de realiteit achter de gevels van zijn eigen broodheren c.q. -dames. Misschien had ik beter kunnen wijzen op de brochure Informatie voor nieuwe bewoners van mijn corporatie en met name het hoofdstuk huurders praten mee. Vol  luchtfietserij over medezeggenschap, waar ik in de praktijk helemaal niets van heb gemerkt. 

Wat de zorgorganisatie betreft kreeg ik al direct, toen ik een kijkje nam in het restaurant, van een medewerker te verstaan dat de helft van de bewoners gebruik maakte van diensten die zijn organisatie in de aanbieding had en dat de rest het contact met anderen uit de weg ging. Meer inzicht in de gang van zaken binnen het complex kreeg ik niet, laat staan dat ik werd aangemoedigd een bepaalde rol te spelen of taken op me te nemen. 

Het enige formele gesprek dat voor mij als nieuweling was gepland betrof mijn fysieke toestand, maar de betrokken verpleegkundige had al gauw door dat aan mij weinig eer te behalen viel en wenste me veel succes. En toen ik eenmaal had kennisgenomen van de weekprogramma’s van haar collega’s voor de dagbesteding – later omgedoopt in ontmoeting – wist ik van mijn kant ook dat ik mijn tijd  beter kon besteden. 

Wat me tot nu toe het meest heeft geleerd over de relatie tussen  bewoners en bureaucraten is een verbouwing op het binnenplein, dat wil zeggen een soort uit de hand gelopen patio met zitjes, enorme gemetselde plantenbakken, een meters hoge muurschildering in arcadische kleuren én – hoog in de lucht – een glazen dak. Al in het voorjaar vertelde een loslopende bouwvakker me dat het hele zaakje   op de schop zou gaan. Ik moest mijn borst maar nat maken. 

Maar nergens, ook niet op de sites van het duo corporatie en zorgorganisatie, vond ik enige informatie daaromtrent en in de wandelgangen van het complex werd ik evenmin wijzer.  

Pas na de zomer bleek dat de bureaucraten de voorlichting over de operatie in de schoenen hadden geschoven van de aannemer die hun plannen zou gaan uitvoeren. Alsof ze zich bij voorbaat indekten tegen alle mogelijke klachten over alle mogelijke ongemakken. Hoe en of andere bewoners daarop hebben gereageerd weet ik niet, maar mijn verzoeken om opheldering, vooraf en tijdens de werkzaamheden, haalden niets uit. 

Helaas kreeg ik als bewoner op de begane grond – met een werkkamer aan het plein – de volle laag. De bende op het plein was onbeschrijfelijk, twee maanden lang. Met name de doorlopende geluidsoverlast viel me zwaar en omdat de aannemer nauwelijks meedeelde hoe hij te werk ging, viel er geen peil op te trekken. Dus werd mijn standaardverweer: maken dat ik wegkwam vóór ik ging flippen. 

Op een grauwe ochtend in de week van de verkiezingen begreep ik dat het einde van de operatie nabij was, want de aanhangwagen van de firma die de steigers had geleverd stond weer bij de hoofdingang. En nog dezelfde  week ontving ik een schrijven van de aannemer aan de  bewoners, met excuses ‘voor de (stof-)overlast van afgelopen periode’ en de mededeling dat we deze week op het plein een presentje konden  komen ophalen. Ainsi soit-il.

5 reacties op “Dor hout”

  1. Karel avatar
    Karel

    Hoi Theo, van deze column heb ik genoten. Treffend want ik herken de ‘gap’ tussen brochures en de werkelijkheid. Ook dat de communicatie over werkzaamheden wordt afgeschoven naar de aannemer: we hebben bij mijn huis maanden in lawaai gezeten, en de gemeente antwoordt dan: de aannemer zou u informeren, we zullen hem er op aanspreken! Er zitten bewust hele leemlagen met de burger om hele organisaties te beschermen zodat ze ongestoord hun werk kunnen doen… maar wat zijn ze dan aan het doen? Juist direct contact met burgers zou die organisaties ‘levend’ houden en bewust van het effect van hun (niets)doen…

  2. cullender avatar

    cullender xyandanxvurulmus.xi3ZWu7zCpbq

  3. bahis siteleri sikis avatar

    watch porn video vurgunyedim.MVklvwZXz4WV

  4. anal sikis siteleri avatar

    seksi siteler yaralandinmieycan.MeTS1xdQBE0X

  5. amciik siteleri avatar

    eski rahatiniz olmayacak wrtgdfgdfgdqq.jKsWqhXKiMNw