Homo numericus

Het kostte heel wat moeite om in de detailhandel van de binnenstad een doodgewoon douchegordijn te vinden, maar toen ik weer een keer naar de Action in Noord was verwezen en ik daar inderdaad – met dank aan een medewerker – succes had gehad, vielen me de schellen van de ogen. 

Drie euro negen-en-negentig! Huh? Precies wat ik nodig had: de juiste lengte (200 cm), breedte van 180, ‘verzwaard koord’ onderin, voldoende aantal ringen (de kromme holle buis aan de twee muren had ik al) en zelfs een mooie kleur (mintgroen, in plaats van wit of zwart). 

Niets op aan te merken en ook geen sprake van korting of een speciale aanbieding, integendeel. Op de wikkel stonden een onschuldige merknaam (CASCATA), minstens vier milieuvriendelijke keurmerken en Action Service & Distributie BV als de Nederlandse afzender, mèt de toevoeging Made in China. Maar die prijs…

Ik hoefde slechts, voor de vuist weg, na te gaan welke actoren direct of indirect de kostprijs konden hebben bepaald en er iets aan hadden moeten verdienen om hun feitelijke kosten te dekken: Action als de besteller en verkoper, de fabrikant van het product in China, de producenten van benodigde grondstoffen (polyester, kunststoffen, metaal), transporteurs van containers per schip en over de weg. Los van de winstmarges, want dat was een hoofdstuk apart waar voor buitenstaanders vaak geen peil op te trekken viel.

Ergens in die keten van producent tot consument waren bepaalde kosten – individuele en maatschappelijke – door de vingers gezien, bewust afgewenteld of ongemerkt buiten beschouwing  gelaten. En allicht was het overwicht van de besteller zo groot dat de maker van het product bij elke belangenafweging aan het kortste eind trok. Net als de transporteur trouwens. Anders kon ik daar nooit in dit rijke land evenveel geld aan kwijt zijn als aan anderhalf brood bij de bakker om de hoek. 

Het herinnerde me aan de homo numericus, waarmee ik op 5 september van het afgelopen jaar kennismaakte, toen ik onderweg in Frankrijk – volstrekt willekeurig – weer eens de Libération uit de schappen had gehaald en stuitte op een interview met de Franse econoom Daniel Cohen. Koud een paar maanden terug in Europa na een langdurig verblijf in  armere oorden en nog volop bezig twee werelden aan elkaar te knopen, kreeg ik plotseling een zeer toepasselijk referentiekader aangereikt. 

De informatie- en communicatietechnologie (ICT) nam na het einde van de Koude Oorlog een hoge vlucht, van de speelse socials en veelbelovende dataverzamelaars in het begin tot de verraderlijke algoritmes en kunstmatige intelligentie van nu en herschiep de wereld in een grote marktplaats, waar oppermachtige rekenmeesters vanuit ongenaakbare bunkers en hemelbestormende paleizen de productieve krachten op aarde aanzetten tot alsmaar meer goederen en diensten, zodat burgers slechts de plicht rest dat alles onbekommerd aan een stuk door te consumeren, tot elke prijs. 

Die digitale wereld (numérique=digitaal) vertoont, aldus Cohen, de januskop van eindeloze stortvloed aan zowel stoffelijke als mentale prikkels voor mensen met koopkracht enerzijds en minimalisering van de fysieke menselijke interactie – online is de norm – zodat mensen gemakkelijk tegen elkaar kunnen worden uitgespeeld anderzijds.  

Geen wonder, denk ik dan, dat het steeds minder mensen – niet alleen Gen Z en wat daarop volgt – kan boeien hoe die onnavolgbare wereldmarkt reilt en zeilt. Je moet zorgen dat je geld hebt, dan kun je vanuit je eigen individuele bubbel, eventueel ook groepsbubbel van gelijkgezinden, naar hartelust deel hebben aan die overvloed. 

Incidenteel lukt het nog wel eens om een breed publiek te interesseren voor omstandigheden waarin elders, in niet voor niets permanente lagelonenlanden bijvoorbeeld, voor ons goederen en diensten worden geproduceerd, maar dan moet het wel gaan om gebeurtenissen of toestanden die goed in beeld te brengen zijn en die direct verband houden met wat velen van ons dagelijks bezighoudt. 

Denk aan de brand in een gebouw vol sweatshops, waar internationale kledingmerken hun orders plaatsen, of de moderne slavernij in de bouw ten behoeve van het wereldkampioenschap voetbal. Maar voor een massamoord meer of minder draaien we onze hand niet om. Je kunt niet al het leed van de wereld op je nemen en met die mooie natuur zal het ook wel loslopen. 

Dus dat douchegordijn voor een habbekrats… Wat kan daar nou mis mee zijn? Zoek dat lekker zelf uit! 

2 reacties op “Homo numericus”

  1. Cor avatar

    Maar wel gekocht?

    1. Theo Ruyter avatar
      Theo Ruyter

      Tuurlijk!
      Ja, het probleem met mijn toegang tot deze site is opgelost…