Intentie

Wat zuurstof betekent voor het menselijk lichaam, is taal voor de menselijke geest. Het zal wel door honderden mensen eerder bedacht en gezegd of geschreven zijn. Maar toch lijkt dat mij, als beginnende blogger, een goed uitgangspunt om een plekje in het digitale universum af te bakenen. En daar – met vallen en opstaan – een partijtje mee te blazen.

In de eerste plaats omdat (schrijf)taal bij uitstek het instrument is, waar internetklanten gebruik van maken. In de tweede plaats omdat de mogelijkheden die taal biedt – als uitlaatklep en als fundament voor onderlinge verstandhouding en samenwerking – grenzeloos zijn.
Taal lijkt vaak probleemloos en  vanzelfsprekend, omdat mensen in het algemeen tenminste één bepaalde taal met de paplepel krijgen ingegeven. Maar je hoeft slechts te denken aan mensen met een spraak- of gehoorgebrek, om te beseffen dat taal niet uit de lucht komt vallen. Of aan de eerste keer dat je je, naast en vanuit die ingegeven taal, een andere probeerde eigen te maken.

Ik wil me op deze plek niet van meet af aan vastleggen op bepaalde thema’s, onderdelen of wat voor inhoud dan ook. Een blog moet de kans krijgen zichzelf te ontwikkelen en een blogger moet niet al te voorspelbaar worden.
Wel  ligt het voor de hand dat Suriname een vooraanstaande plaats zal krijgen. Ik ben hier nu eenmaal op 28 oktober 2014 aangespoeld, als een soort luchtvluchteling van de ene delta (in een oostelijke uithoek van de Atlantische Oceaan) naar de andere (ruim 7000 km naar het westen, aan de wilde Caribische kust). Vervolgens heb ik met beide handen de kans aangegrepen om het enige echte vak dat ik in mijn leven ooit geleerd heb, de journalistiek, opnieuw uit te oefenen. Bovendien heb ik inmiddels het manuscript voor een roman dat ik op mijn vlucht had meegenomen, bewerkt en op 30 maart van dit jaar In het Tori Oso te Paramaribo ten doop gehouden met als titel De Blauw Neger.

Nog één opmerking tenslotte, voor ik aan de slag ga.
Suriname laat zich niet zo maar kennen. Preutsheid is niet voor niets een algemeen voorkomend verschijnsel. En het baat me nauwelijks dat ik voorheen in zeven andere landen heb gewoond en tussendoor de rest van de wereld niet heb overgeslagen.
Als Nederlander en Nederlandssprekende denk je al gauw dat je in Suriname bij  familie terechtkomt. In overdrachtelijke zin. En in het begin pakte dat ook zo uit: ik was terug in mijn jeugd als babyboomer – van de Familie Doorsnee en Swiebertje tot pindapoepchinees en de Blue Diamonds – en ik genoot van het geconserveerde Nederlands zoals ik dat nog in 1988 in Indonesië had aangetroffen. Het feest van de herkenning.
Maar de wittebroodsweken zijn allang voorbij. Het is keihard werken om de verschillen waar ik op stuit te begrijpen en mijn houding te bepalen. Ik zal ze voor een deel moeten aanvaarden, anders kan ik beter inpakken. Tegelijkertijd wil ik mezelf en wat ik met me meedraag, niet verloochenen. Ga daar maar aanstaan.

Hoe dan ook, aan intrigerende en inspirerende onderwerpen geen gebrek. En reken maar dat ik al doende mijn moerstaal en taal in  bredere zin niet uit het oog zal verliezen.