Lanti

 

 

Bijna tien procent  van de Surinaamse bevolking is in dienst van de overheid, in het Sranan Lanti genoemd. Althans volgens de vuistregel: 50.000 op een totale bevolking van 550.000 zielen. Vandaar dat het Internationaal muntfonds (IMF), dat het afgelopen jaar door het bewind van Bouterse – in een opwelling van radeloosheid – te hulp geroepen was, al gauw riep dat daar het mes in gezet moest worden.

Dat was echter het laatste dat de Baas wilde horen, want overheidsbanen zijn  felbegeerd en dus onmisbaar wisselgeld in de politieke strijd. Voor elke partij die sinds het uitroepen van de onafhankelijkheid (1975) op het regeringspluche had plaatsgenomen, was het de gemakkelijkste manier om banen te scheppen en daarmee het Volk te behagen. Een kniesoor die op de kosten lette. Dus werd het IMF weer afbesteld, te meer omdat het ook op andere bezuinigingen in de sociale sfeer had aangedrongen.

Lanti is al jaren een struikelblok, dat het land telkens weer opbreekt. En niet alleen omdat ze de staat onevenredig veel geld kost. In elke verkiezingsstrijd en na elke machtswisseling is het een komen en gaan van overheidsdienaren, op alle niveaus. En als die nu – in het algemeen – wisten  van wanten, behoorlijk werden aangestuurd en privé belangen konden scheiden van het algemeen belang, dan zou de kost voor de baat kunnen uitgaan.

Maar de realiteit is dat vele ambtenaren niet voor hun taak berekend zijn, omdat ze de nodige scholing en ervaring missen. Dat ze niet  gemotiveerd zijn en meer met andere bronnen van inkomsten bezig, omdat ze bij de overheid te weinig verdienen. Dat niet zelden de meest gewone instrumenten ontbreken om het vereiste werk te kunnen verrichten, zodat ambtenaren voor onbepaalde tijd naar huis worden gestuurd maar niet van de loonlijst worden geschrapt. En, niet te vergeten, dat ze stelselmatig langs elkaar heen werken en  samenwerking op basis van gemeenschappelijk beleid, met name tussen ministeries, ver te zoeken is.

Om de hele rataplan nog enigszins in het gareel te houden, is het kabinet van de president (KvdP) sinds de verkiezing van Bouterse in 2010 opgeblazen tot een staat in de staat. Daar, uit het zicht van het parlement, media en anderen die het land als rechtsstaat en democratie nog serieus nemen, worden feitelijk de lakens uitgedeeld en knopen doorgehakt. Daar komen ook de vertrouwelingen van de president vandaan om in de samenleving brandjes te blussen, wanneer ook maar enigszins het voortbestaan van het bewind in het geding is. Zoals onlangs bij de staking van onderwijskrachten, waar het betrokken ministerie niet uitkwam.

Wie nog zaken wil doen in Suriname kan dan ook niet om dat kabinet heen. Zeker niet als je een graantje wilt meepikken van de uitverkoop van grondstoffen, waarmee de staat overeind gehouden wordt. In het Wilde Zuiden van ‘de goudvelden’ is dat schering en inslag, maar ook in andere sectoren zoals de bosbouw wordt gesjoemeld bij het leven en reken maar dat het KvdP overal een vinger in de pap heeft.

Een actueel voorbeeld is de uitgifte van concessies voor de winning van schelpzand bij de monding van de Surinamerivier, die ook internationaal de aandacht heeft getrokken vanwege de gevolgen voor de toegankelijkheid van de kust voor zeldzame zeeschildpaden (die daar eieren komen leggen). De kwaaiste pier is in dit geval de  minister van natuurlijke hulpbronnen, een notoire futuboy van de president.

Iedereen is het erover eens dat de Surinaamse kust, in het vooruitzicht van een zekere stijging van de zeespiegel, kwetsbaarder is dan ooit en dat het herstel en de aanplant van mangrovebos als natuurlijke afweer absolute prioriteit verdient. Genoemde minister houdt nu een viertal, door niemand met naam genoemde, ondernemers die daar maling aan hebben de hand boven het hoofd. En tegelijkertijd, afgelopen donderdag, nam zijn collega van ruimtelijke ordening, grond- en bosbeheer drie nieuwe voertuigen in ontvangst, waarmee haar ambtenaren beter in staat zouden zijn illegale activiteiten in het kustgebied terug te dringen. Een onvoorwaardelijk geschenk van het Onwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP)!

Een doekje voor het bloeden is dat de slang zich vermoedelijk weer in de eigen staart gaat bijten. De onderwijskrachten hebben hun streven naar tenminste compensatie voor de halvering van hun koopkracht nog niet opgegeven. Als zij hun zin krijgen, is het hek van de dam en mag zelfs het KvdP zich achter de oren krabben. Maar of de broodnodige sanering van Lanti daarmee dichterbij komt, is tamelijk twijfelachtig.